Uitvaart Jelle Schaap - 23-01-2016 Uitvaart Jelle Schaap - 23-01-2016

Symbolische schikking bij de uitvaart van Jelle Schaap op 23 januari 2016.

Toen ik de tekst las voor deze dienst moest ik gelijk denken aan de Bèt.  De Bèt is de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet.
De letter moet gelezen worden van links naar rechts en lijkt op een huis en betekent ook huis. De Bèt verteld:  je hebt grond onder je voeten, een dak boven je hoofd en een beschermende muur in je rug.
Je kunt het huis aan de voorkant verlaten en  het Leven in het licht tegemoet gaan.
De brandende kaars die bij de opening staat symboliseert dat de overledene zijn aardse huis heeft verlaten en is opgenomen in het Licht van de Eeuwige.
In de Bèt is de symbolische schikking gemaakt.
De grote roos bovenin stelt Jelle voor. De grassen om de roos symboliseren  Gods nabijheid  en  zijn  net als Jelle, soms plat  bij hevige storm maar met veerkracht  komt het steeds weer omhoog. Daaronder bloemen die Klaske, de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind voorstellen, altijd om hem heen.
De kleine bloemen daaronder stellen al de mensen voor en ook onze kerkelijke gemeente die zoveel jaren met Jelle en Klaske hebben meegeleefd in moeilijke periodes.
De hedera op en voor de Bèt vertelt ons van Gods trouw aan ons. 
Drie vingerblad bladeren eronder als Gods ondersteunend handen en ook als teken van de Drie-eenheid. De witte doek stelt nieuw leven voor en het jute eronder als teken van rouw. 
Het fuchsia takje, ik kon het niet nalaten te verwerken al is het kunst. De fuchsia's noemde ik altijd Jelle.

In zijn tuin aan de Vondelsingel heeft  hij  vele soorten gekweekt en gestekt. Die soortnamen kon ik niet onthouden dus noemde ik de stekjes van Jelle gemakshalve Jelles.
Zolang die leven zei ik altijd, blijf jij ook leven.  Het moet gezegd Jelle heeft ze vele jaren overleefd.
Toen Jelle en  Klaske van de Vondelsingel naar de Herman Gorterhof gingen  kwam  hij me een grote fuchsia brengen. Vanwege de klokjes die en beetje omhoog stonden noemde ik die altijd Jelle met de jubeltenen. Jaren heeft hij nog in onze tuin gestaan. 


Jelle is in Friesland geboren en was er trots op dat hij een Fries was. De Friese vlag met het Pompe blad in hartjes vorm, en het Friese volkslied deden zijn bloed sneller stromen.
Daarom hebben we de klompjes verwerkt met de Friese vlag en eronder pompebladeren.

Zijn werkzame leven heeft Jelle bij de Shell gewerkt en daar is de Jacobs schelp het symbool van.
Ook die hebben we tussen de bladeren van de hedera verwerkt.

Na zijn ziekte en herstel wilde Jelle weer graag zijn werk op de Shell oppakken totdat hij met Pensioen ging omdat hij voor zijn idee dan anders niet goed had afgesloten. Ook dat heeft hij gerealiseerd.

Jelle was een sociaal mens en een makkelijker prater die met iedereen snel contact had.
Trots was hij op zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen .

Toen hij hoorde dat er een achterkleinkind zou komen  leefde hij daar helemaal naar toe en was dat voor hem een nieuwe streefdatum om dat nog mee te maken. En dat is gelukt !! Wat was hij trots dat dit kind zijn naam ook droeg.

Zoals Jelle het zelf altijd zei, leefde hij in blessure tijd. Niemand, ook hij zelf niet, had ooit gedacht dat dat nog 25 jaar zou duren. Hij was met recht een medisch wonder.

In 1995 deed zich de gelegenheid voor dat hij met onze toenmalige predikant een reis kon maken naar Israël. Zou ik dat kunnen met al die trappen en hoogte verschillen in Jeruzalem vroeg hij zich af.?
Als het niet gaat regelen we een rolstoel voor je en dan duwen we je. Dus heeft hij de stap genomen en is mee gegaan. 
Het ging bovenverwachting goed alleen praatte hij te veel en moest soms naar adem happen.
Jelle hou je mond zeiden we. Praten kost ook energie!! Hij kon het natuurlijk niet laten, wat iemand van het gezelschap de uitspraak ontlokte: "Als je nu je mond niet houdt, ga ik een bekkenklem voor je kopen"
Hoogtepunt in Jeruzalem was de Klaagmuur met een barmitzvah viering.
Zelfs beklom hij deze reis Massada. Op aanraden van Klaske zijn we  halverwege de beklimming doorgelopen zodat Jelle in eigen tempo, met waar nodig een rustpauze, het laatste stuk kon doen.
AfbeeldingIn Safed mét zijn vele synagoges liet hij me een Jatje zien wat hij had gekocht en aan zijn sleutelbos had gehangen. Een Jatje is een aanwijsstokje dat gebruikt wordt bij het lezen van de Thora rollen.

In 1997 ging hij weer meer op reis en nu in de voetsporen van Mozes.
Bij de Pyramides van Gizeh ging zijn wens om op een kameel rijden in vervulling.
Via de Sinaï woestijn en Jordanië weer naar Israël . In Jeruzalem hadden we op zondag en overdenking waar we zongen: God laat ons staan als Mozes hier
Hoog in Uw zonneschijn
En geen Jordaan, geen doodsrivier Zal scheiding voor ons zijn.

Opnieuw is Jelle op reis gegaan, maar nu naar het hemelse Jerusalem.

 

terug